combi-afleider
Overspanningsbeveiliging volgens NPR 8110:2014

Energielabel woningen veranderd en is nu echt verplicht

Brandmeldinstallatie conventioneel of adresseerbaar

In het Bouwbesluit 2012 zijn verplichtingen opgenomen waaraan een bouwwerk op het gebied van veiligheid moet voldoen. Dat betreft niet alleen bouwkundige voorzieningen, maar ook technische installaties waaronder nutsvoorzieningen, branddetectie, noodverlichting en rook- en warmte afvoer. Het Bouwbesluit geldt niet alleen voor nieuwbouw, maar ook voor bestaande bouw, zij het dat er in bepaalde gevallen moet worden gekeken naar het bouwjaar. Dat wordt “rechtens verkregen niveau” genoemd. Voor een helder beeld van alle bepalingen en benodigde certificeringen voor technische installaties is onafhankelijk elektrotechnisch advies een goede optie.

Brandmeldinstallatie (BMI)

In vrijwel elk bedrijfsmatig gebruikt gebouw wordt door het Bouwbesluit een brandmeldinstallatie voorgeschreven. Een brandmeldinstallatie in uw gebouw valt onder de, door het Bouwbesluit aangewezen, norm NEN 2535. Bovendien wordt aangegeven welke vorm van branddetectie in uw bouwwerk moet worden toegepast en of doormelding naar de brandweer wordt vereist. Behalve een brandmeldinstallatie schrijft het Bouwbesluit in die gevallen tevens een ontruimingsalarminstallatie (slow-whoops genoemd) voor. Voor individuele of gekoppelde rookmelders in woningen geldt de norm NEN 2555 die eveneens in het Bouwbesluit, maar dan voor ruimten met een woonfunctie, wordt aangewezen.

Type brandmeldinstallatie

Een brandmeldinstallatie kan conventioneel of adresseerbaar worden uitgevoerd. Het belangrijkste verschil tussen beide systemen is de communicatie tussen de centrale en de aangesloten componenten. Bij een conventionele brandmeldinstallatie wordt een alarm herkend uit de groep aangesloten rookmelders, terwijl bij een adresseerbare installatie elke afzonderlijke rookmelder zijn eigen unieke adres heeft en zijn status doorgeeft aan de centrale. Dit heeft als voordeel dat de exacte locatie van de melder bekend is, terwijl bij een conventionele brandmeldinstallatie nader onderzoek naar de locatie van de melding noodzakelijk is.

Conventionele installatie

Een conventionele brandmeldinstallatie kunt u toepassen in een situatie waarin geen ingewikkelde sturingen noodzakelijk zijn. U kunt dan denken aan kleine scholen en kleinere bedrijfsgebouwen waar vaak alleen niet-automatische bewaking wordt geëist. Als een melder in alarm komt zal de meldergroep van de conventioneel uitgevoerde brandmeldinstallatie waarin de melder is opgenomen laten zien welke groep in alarm is. Daarmee is dus niet bekend welke melder het betreft. Een belangrijk aandachtspunt bij conventioneel uitgevoerde brandmeldinstallaties is dat de alarmgevers in een aparte lus van de centrale moeten zijn aangesloten. Volgens de norm moeten deze alarmgevers een gegarandeerde periode na een brandmelding kunnen blijven werken. Daarom moet een lus waarin alarmgevers zijn aangesloten in functiebehoud kabel worden uitgevoerd. Behalve de kabel in functie behoud moet ook de bevestiging daaraan voldoen.

Adresseerbare installatie

Adresseerbare brandmeldinstallaties zijn intelligente installaties die een optimale aanpassing aan de gebruiksomstandigheden en de wensen van u als gebruiker biedt ten aanzien van beheersbaarheid en informatievoorziening. Een intelligente brandmeldinstallatie werkt met software voor een uiterst flexibele en zeer stabiele communicatie tussen de brandmeldcentrale en de aangesloten componenten. Een adresseerbare installatie kan een uitgebreide range aan rookmelders, signaalapparatuur en stuurunits omvatten. Door de analoge meting van brandverschijnselen en de geadresseerde signaalverwerking in de melders kan via een eenvoudige twee-draads verbinding een volledige brandmeldinstallatie worden geprojecteerd. Groot voordeel in een dergelijke installatie is dat de aangesloten componenten door elkaar kunnen worden toegepast in dezelfde lus. Dat houdt in dat ook de alarmgevers in de melderlus kunnen worden opgenomen. Die lus begint en eindigt in de brandmeldcentrale, waardoor een functiebehoud bekabeling niet nodig is. Een alarm van een melder geeft dus, behalve een brandalarm op de centrale, ook de locatie aan.

Aanvullende beveiliging

Een brandmeldinstallatie, zowel conventioneel als adresseerbaar, kan worden gebruikt voor de aansturing van diverse aanvullende beveiligingsinstallaties. U kunt daarbij denken aan de aansturing van kleefmagneten, brandbestrijdingsinstallaties of rookventilatie systemen. Branddeuren dienen in alle gebouwen standaard dicht te zijn. Hierdoor wordt voorkomen dat rook zich door het gehele gebouw verspreidt en/of dat door tocht de brand extra wordt aangewakkerd. Toch zijn die standaard dichte deuren niet altijd even praktisch. In dat geval kunt u de branddeuren voorzien van een kleefmagneet waarmee de deur standaard open gehouden wordt. Bij een brandmelding zullen de kleefmagneten worden gedeactiveerd waardoor de mechanische deurdranger de deur alsnog sluit. In een adresseerbare installatie kunnen die stuurelementen in dezelfde lus worden opgenomen. In een conventionele installatie moeten de stuurelementen via een functiebehoud kabel worden aangestuurd.

Blussystemen

In bepaalde situaties is het detecteren van een brand niet voldoende en worden door de gebruiker eisen gesteld aan het beheersen of beperken van een beginnende brand. In het Bouwbesluit zijn het aantal verplichte doormeldingen aanzienlijk gereduceerd, waardoor een brand in veel gevallen vaak later wordt opgemerkt. Een automatisch blusinstallatie kunt u bijvoorbeeld toepassen in kritische en onbemenste ruimten zoals computerruimten, opslagruimten met gevaarlijke stoffen of in locaties met cultureel erfgoed. Voor het succesvol automatisch bestrijden van een beginnende brand dient de te beveiligen ruimte brandwerend en nagenoeg luchtdicht te zijn afgewerkt.

Uw onafhankelijk adviseur elektrotechniek helpt u graag bij uw keuze voor de optimale brandmeldinstallatie in uw situatie.

Adviseur elektrotechniek bij Wesselektro advies in Houten. Gespecialiseerd in ontwerp, advies en technisch beheer van elektrische installaties in gebouwen en de volledige technische inrichting van server- of computerruimten. Hij stelt uw PvE op, schrijft uw Functioneel Bestek, beoordeelt uw installatie of verzorgt projecttoezicht.