Rookmelders in nen_2555
Rookmelders vanaf 1 juli 2022 verplicht in alle woningen

PV-installatie correct en veilig aanleggen

PV-installateurs schrijven in de offerte dat de installatie zal voldoen aan NEN 1010. Daarmee geven zij aan op de hoogte te zijn van de voorschriften. Een PV-installatie aangesloten op het reguliere net moet behalve correct aangesloten ook veilig zijn aangelegd. Hoe dat moet staat niet in de normen. Dat geldt zowel voor relatief kleine installaties bij particulieren als voor grotere installaties bij bedrijven en instellingen. Maar, wordt uw PV-installatie inderdaad correct aangesloten en veilig aangelegd?

Voorschriften PV-installatie

Voor een aan het net gekoppelde PV-installatie gelden veiligheidsvoorschriften. Elektrotechnische voorschriften zijn opgenomen in de norm NEN 1010. Hoofdstuk 712 van deze norm geeft bovendien specifieke aanvullende voorschriften voor de aansluiting en aanleg van een PV-installatie. Voor een praktische uitwerking van die voorschriften is de NPR 5310:2017, hoofdstuk 712, te raadplegen. Voor grotere PV-installaties op appartementengebouwen of op niet voor bewoning bestemde gebouwen is bovendien de ARBO-wetgeving van toepassing. Denk dan aan de norm NEN-EN-IEC 62446-1 en de eisen met betrekking tot veilig werken in het kader van de norm NEN 3140.

Aanleg PV-installatie

Voor een uitleg over de elektrische aansluiting van een PV-installatie is elders op deze site meer informatie te vinden. Maar, ook de aanleg verdient de nodige aandacht. Met name in grotere installaties die zijn opgebouwd met meer dan één streng gelden aanvullende installatie voorschriften. In de normgeving wordt aangegeven dat een PV-installatie “veilig” moet zijn aangelegd. Maar, daarbij wordt niet expliciet verwezen naar specifieke producten. Een norm is doelstellend en geen productspecificatie. Door diverse fabrikanten zijn inmiddels vele producten ontwikkeld die een veilige aanleg mogelijk maken. Daarmee worden de risico’s ten aanzien van schade door regenwater, oververhitting, brand en brandoverslag aanzienlijk minder.

Dakdoorvoer DC-leidingen

In kleinere PV-installaties worden doorgaans niet meer dan één of twee strengen aangebracht. De doorvoer van de DC-bekabeling vanaf het dak naar de meestal binnen opgestelde omvormer dient veilig te worden uitgevoerd. Daarbij is bijvoorbeeld een ventilatiekanaal geen veilige oplossing. Voor een verantwoorde, lees veilige en voldoende afdichtende, dakdoorvoer zijn inmiddels meerdere geschikte producten verkrijgbaar, zowel voor platte daken als voor daken met dakpannen. Standaard verkrijgbare doorvoeren bieden een veilige en weerbestendige DC-kabeldoorvoer. Alle huidige nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, moet voldoen aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Bovendien moeten de DC-plus- en minleidingen bij meer dan één streng gescheiden door het dak naar binnen worden gevoerd. Toepassen van een dergelijke standaard doorvoer maakt dat aan zowel de eisen voor een veilige elektrische installatie als aan de BENG-eisen wordt voldaan.

Opstelling omvormers

Bij het opstellen van omvormers is brandveiligheid een belangrijk aandachtspunt. Indien geen geschikte dakopbouw of montagewand op het dak beschikbaar is biedt een opstelling in een standaard omvormer montageframe uitkomst. Met het opstellen van omvormers op een dakoppervlak wordt tevens de DC-spanning buiten gehouden. Bovendien worden eventuele storende geluiden van de omvormers binnen minder hoorbaar. Om eventuele puntbelasting op het dak te verkleinen zijn rubberen daksteunen tot 1 meter verkrijgbaar. Deze daksteunen bevatten geen weekmakers, zodat deze op elk dakoppervlak gebruikt kunnen worden. Eventuele mechanische trillingen worden door de rubberen daksteunen geabsorbeerd, waardoor de dakconstructie en dakbedekking beter worden beschermd.

Totaal oplossing

Bij het aanbrengen van een PV-installatie op daken van bijvoorbeeld agrarische gebouwen of in het veld is extra aandacht nodig voor de opstelling van de AC- en DC-installatie. De AC-laagspanningsverdeler en PV-omvormers zijn vaak buiten opgesteld. Bij een agrarisch gebouw zouden deze installatiedelen op voldoende afstand van de stallen moeten zijn opgesteld. Conform het Bouwbesluit en zoals omschreven in de NPR 5310 mag de brandwerendheid van een gebouw niet negatief wordt beïnvloed. Een container, waarin de respectieve verdelers en omvormers zijn ondergebracht, biedt dan een veilige en vandalisme bestendige oplossing.

Draadgoot

Bekabeling van zonnepanelen wordt nog te vaak los op een dak gelegd of aan de draagconstructie gebonden. Dit is geen verantwoorde aanleg omdat bekabeling in het water komt te liggen of beschadigd raakt door schuren als gevolg van wind. DC-bekabeling op het dak dient gezamenlijk met de potentiaal vereffening duurzaam en veilig te worden aangebracht. Met daarvoor geschikte thermisch verzinkte draadgoot, gemonteerd op met beton gevulde daksteunen, is de aanleg van DC-bekabeling verantwoord uit te voeren. DC-bekabeling wordt op deze wijze goed beschermd tegen de invloed van (regen)water en beschadiging.

Brandscheidingen

Een groter gebouw is ingedeeld in brandcompartimenten. Bij de aanleg van PV-installaties op grotere dakoppervlakken is de kans groot dat een onder het dak aanwezige brandscheiding wordt gepasseerd. Daarmee ligt de DC-bekabeling over meerdere brandcompartimenten. Brandoverslag via het dak wordt dan een risico dat aandacht verdient. De onderliggende brandscheiding kan in het kabeldraagsysteem op het dak worden overbrugd door een isolatiepakket van isolatiemateriaal met een hoog thermische en brandwerende werking. Dit pakket wordt aangebracht om de DC-bekabeling op de plaats van de brandscheiding. Zo’n pakket is een duurzame oplossing met een minimale levensduur van 25 jaar. Daarmee wordt het risico op brandoverslag via het dak aanzienlijk verkleind.

Uw onafhankelijk adviseur elektrotechniek helpt u graag bij het uitwerken van een verantwoorde aanleg van uw PV-installatie.

Adviseur elektrotechniek bij Wesselektro advies in Houten. Gespecialiseerd in ontwerp, advies en technisch beheer van elektrische installaties in gebouwen en de volledige technische inrichting van server- of computerruimten. Hij stelt uw PvE op, schrijft uw Functioneel Bestek, beoordeelt uw installatie of houdt projecttoezicht.