kWh-meter
Wat betekent MID bij een kWh-meter
datanetwerk
Welke onderdelen dragen bij aan een uitgekiend data netwerk

Zonnepanelen op de juiste manier aansluiten

Energie besparen begint met zuinig omgaan met energie. Daarnaast kunt u inmiddels op verschillende manieren voorzien in (een deel van) de benodigde energie voor uw huishouden of bedrijf. De aankoop van zonnepanelen is daarin de eerste stap. Vaak worden de panelen als set aangeboden in combinatie met het plaatsen en aansluiten van de panelen. Een relatief nieuwe activiteit binnen het vakgebied van de elektrotechnisch installateur. Waar moet u zoal op letten?

Zonnepanelen en omvormer

Een lokale installatie voor zonnepanelen voor uw huis of een klein bedrijf omvat over het algemeen een aantal zonnepanelen, één of meer omvormers en de aansluiting op uw elektrische installatie. De zonnepanelen wekken onder invloed van licht een gelijkspanning op die via de omvormer wordt omgezet in de voor de aan te sluiten apparatuur benodigde wisselspanning 230V.

Draden en kabels

Uw zonnepanelen leveren een gelijkspanning. Gelijkspanning heeft een goede eigenschap in de vorm van weinig leidingverlies. Het is dus zinvol uw omvormer niet te dicht bij de zonnepanelen te plaatsen maar zo dicht mogelijk bij uw groepenkast. De draden tussen uw zonnepanelen en de omvormer, meestal uitgevoerd in rood en blauw of rood en zwart, moeten zo dicht mogelijk bij elkaar worden aangelegd en volgens de norm NEN 1010 in een buisleiding, die de draden beschermt tegen mechanische beschadiging. Stekkerverbindingen (de stekker en contrastekker) in de gelijkspanningsketen moeten altijd van hetzelfde fabricaat zijn. Alleen als uw zonnepanelen van klasse I zijn moeten de panelen worden verbonden met een beschermingsleiding, in gewone taal een aardleiding. Panelen uitgevoerd in klasse II (dubbel geïsoleerd) moeten juist niet worden verbonden met een aardleiding. Of die aardleiding nodig is kunt u eenvoudig nagaan op het paneel of in de documentatie van de panelen. Op het paneel moet óf een aardsymbool (klasse I) óf een dubbel geïsoleerd teken (twee vierkantjes in elkaar) voor klasse II zijn aangegeven. Ook kan op het paneel zijn aangegeven “Class A”, hetgeen overeenkomt met klasse II. De aansluiting van de omvormer op uw groepenkast dient uiteraard te voldoen aan de eisen gesteld in de norm NEN 1010.

Aansluiting op het lichtnet

Van een systeem dat niet meer dan circa 500 Watt kan leveren mag de omvormer met een standaard stekker, voorzien van randaarde, op een wandcontactdoos worden aangesloten. Daarmee voedt het systeem dus direct uw aangesloten apparatuur in huis.

Een zonnepanelensysteem dat meer dan 500 Watt kan opwekken mag u niet meer via een wandcontactdoos aansluiten. Van een dergelijk systeem moet de omvormer worden aangesloten via een afzonderlijk aan te leggen eindgroep vanaf uw groepenkast. Omvormers zijn er met en zonder transformator. Er zit weinig tot geen kwaliteitsverschil tussen de beide soorten, maar de aansluiting ervan verschilt wel. Heeft u een omvormer zonder transformator dan komen meer factoren om de hoek kijken. Afhankelijk van het type omvormer hoeft u of geen aardlekschakelaar toe te passen, of moet u juist een aardlekschakelaar klasse A of zelfs een aardlekschakelaar klasse B toepassen. Als de leverancier van de omvormer kan aangeven dat er via de omvormer geen gelijkstroomfout in de 230V-aansluiting kan ontstaan is geen aardlekschakelaar nodig. Kan er geen gelijkstroomfout groter dan 6 mA via de omvormer in de 230V-aansluiting ontstaan dan volstaat een aardlekschakelaar klasse A. Kan de leverancier daarover geen uitspraak doen dan is alleen een aardlekschakelaar klasse B voldoende veilig.

Veilige oplossing

Een vaak voorkomende situatie in woonhuizen is de wasmachine/droger aansluiting op zolder. Deze aansluiting kunt u geschikt laten maken voor de aansluiting van zonnepanelen met een vermogen groter dan 600 Watt. Uw installateur plaatst dan een extra groepenkastje voorzien van wandcontactdozen, aardlekschakelaars en de aansluiting voor uw omvormer. Hoewel de omvormer dan weliswaar niet dicht bij uw hoofdgroepenkast is aangebracht, is de aansluiting wel veilig uitgevoerd.

Energiemeter

Voor grotere zonnepaneelsystemen moet over het algemeen ook de energiemeter geschikt zijn voor het leveren en terugleveren van energie. De “oude” draaischijfmeters zijn al snel geschikt, maar de moderne energiemeters zijn meestal niet bedoeld voor het terugleveren van energie. U doet er goed aan met uw netbeheerder te overleggen over het aanbrengen van de juiste energiemeter in uw situatie.

Documentatie

Een zonnepanelensysteem is over het algemeen een forse investering. Bovendien gaat het om een deel van uw elektrische installatie in huis. Die moet dus veilig zijn aangelegd en veilig zijn te gebruiken. Daarom mag u van uw leverancier of installateur verwachten dat de juiste documentatie wordt meegeleverd met het systeem. Behalve de systeemgegevens van uw zonnepanelen en omvormer mag u verwachten dat een aansluitschema van het systeem op uw groepenkast wordt meegeleverd. Daaruit moet blijken dat uw systeem veilig en juist is aangesloten. Neem eventueel contact op met uw opstalverzekeraar om af te stemmen of er bijzondere bepalingen of voorschriften zijn waarop u kunt worden aangesproken.

Uw onafhankelijk adviseur elektrotechniek helpt u graag met de keuze van zonnepanelen en kan u wegwijs maken in het “woud” van voorschriften om een veilige aansluiting te realiseren. Veel veilige zonnestroom toegewenst!

Adviseur elektrotechniek bij Wesselektro advies in Houten. Gespecialiseerd in ontwerp, advies en technisch beheer van elektrische installaties in gebouwen en de volledige technische inrichting van server- of computerruimten. Hij stelt uw PvE op, schrijft uw Functioneel Bestek, beoordeelt uw installatie of houdt projecttoezicht.