Norm NEN 4010
NEN 4010, vereenvoudigde norm elektrotechnische installaties

PV-installatie of oplader veilig aansluiten op de elektrische installatie

In toenemende mate worden elektrische installaties voorzien van een aangesloten PV-installatie of oplader voor elektrisch rijden. Dat geldt niet alleen voor nieuwe installaties, maar zeker ook voor bestaande installaties. Deze nieuwe technieken stellen hogere eisen aan de elektrische installatie en aan de componenten die hierin zijn verwerkt. Belangrijke aandachtspunten zijn onder andere de manier van aansluiten en de continuïteit van het aangesloten vermogen.

Regelgeving

Elektrische installaties moeten voldoen aan de vigerende regelgeving. Overeenkomstig het Bouwbesluit moet een elektrische installatie ten minste voldoen aan de veiligheidseisen uit de norm NEN 1010 die bij de aanleg van de installatie van toepassing waren. Vanuit technisch oogpunt zijn dat in oudere installaties vaak verouderde eisen. Dat geldt ook voor de eigenschappen van de destijds toegepaste technische componenten. Het aansluiten van hedendaagse technische componenten op een oudere installatie dient dan ook met de nodige voorzorgen te worden uitgevoerd.

Brandgevaar

Het aansluiten van hedendaagse technische componenten zoals een PV-installatie of een oplader voor elektrisch rijden kan het risico op het ontstaan van brand aanzienlijk doen toenemen. Juist oudere installaties zijn berekend op een gelijktijdig vermogen dat niet continu geleverd hoeft te worden. Daarom zijn bijvoorbeeld railsystemen of interne bedrading in oudere verdeelinrichtingen vaak onder gedimensioneerd. Het aansluiten van een PV-installatie of oplader brengt met zich mee dat het geleverde vermogen vaak langdurig beschikbaar is. Dat stelt hogere eisen aan onder andere een verdeelinrichting, de daarin toegepaste componenten en de infrastructuur.

PV-installatie

Een PV-installatie wordt via een omvormer aangesloten op de AC-installatie van uw woning of bedrijf. Deze installatie levert energie, die deels wordt gebruikt in uw eigen installatie en deels wordt teruggeleverd aan het net. Naast de aansluiting van de netbeheerder is dus een tweede energiebron aangesloten. De plaats van aansluiting van de PV-installatie is daarbij belangrijk. In principe moet een PV-installatie worden aangesloten op de hoofdverdeelinrichting van een installatie. Op de plaats van aansluiting kan zowel vanuit het net als vanuit de PV-installatie energie worden afgenomen. Het is belangrijk om na te gaan of de aansluiting deze totale energie ook langdurig kan verwerken. In oudere of grotere installaties is het railsysteem in een (hoofd)verdeelinrichting vaak niet zomaar geschikt voor deze aansluiting en zijn soms extra maatregelen nodig.

Oplader elektrisch rijden

Voor het aansluiten van een oplader op de elektrische installatie geldt in principe hetzelfde. Ook in die situatie wordt langdurig een groot vermogen afgenomen van de installatie. Een oplader die is aangesloten op een gemiddelde huisinstallatie laadt de accu van uw auto gedurende vele uren  op met een stroom van circa 10-12A. Dat betekent dat de betreffende componenten langdurig flink belast worden en warmte zullen opwekken. Veruit de meeste installaties zijn niet berekend op de warmtelast die deze nieuwe technieken veroorzaken. Met name op plaatsen waar meerdere opladers worden opgesteld dient een daarop afgestemde infrastructuur te worden aangelegd.

Installatie componenten

Een PV-installatie of oplader wordt in principe vast aangesloten op de installatie. De beveiliging bestaat dan meestal uit een installatie automaat al dan niet gecombineerd met aardlekbeveiliging. Fabrikanten van deze installatie automaten streven er naar zo klein mogelijke componenten te ontwikkelen en zo compact mogelijk te bouwen. Maar zijn deze componenten altijd zomaar geschikt voor een langdurige belasting tegen de grens van de beveiligingswaarde? De toenemende temperatuur van deze componenten zorgt voor een afname van de nominale waarde van de beveiliging. Een installatie automaat van 16A schakelt bij een belasting van 16A bij 30°C uit. Maar bij een temperatuur van 40°C kan dat zomaar al gebeuren bij 13-14A. Bij compact samengebouwde automaten, die bovendien langdurig maximaal belast worden stijgt de temperatuur in korte tijd tot waarden boven die 30°C. Te vroege uitschakeling van de PV-installatie of oplader is dan het ongewenste gevolg.

Wandcontactdozen

Standaard wandcontactdozen worden in de verdeelinrichting beveiligd met een automaat of zekering van 16A. De standaard wandcontactdozen zijn echter bedoeld voor een niet-continu gebruik met een stroom die onder de 10A ligt. Daarom zijn wandcontactdozen, zoals algemeen toegepast, niet geschikt voor het aansluiten van een kleine PV-installatie of oplader voor elektrisch rijden. Daarmee wordt immers een langdurige belasting van 10A of meer aangesloten. Met andere woorden het laden van uw auto met een oplader aangesloten op een standaard wandcontactdoos is niet verstandig en draagt bij aan een groter risico op brand. Een (kleine) PV-installatie aansluiten op een wandcontactdoos is overeenkomstig de norm NEN 1010 dan ook niet meer toegestaan.

Uw onafhankelijk adviseur elektrotechniek helpt u graag met een verantwoord ontwerp voor de aansluiting van uw PV-installatie of oplader.

Adviseur elektrotechniek bij Wesselektro advies in Houten. Gespecialiseerd in ontwerp, advies en technisch beheer van elektrische installaties in gebouwen en de volledige technische inrichting van computerruimten. Hij stelt uw PvE op, schrijft uw Functioneel Bestek, voert projectmanagement of beoordeelt uw installatie.