brandmeldinstallatie
Brandmeldinstallatie; regelgeving, doormelding en intelligentie
vlamboog in kabel
NEN 1010:2015 beschrijft nu beveiliging tegen vlambogen

NEN 8012, nieuwe norm veilige bekabeling

Elke elektrische installatie is opgebouwd met kabels. Of het nu gaat om laagspanningskabels, zwakstroomkabels of glasvezelkabels, al deze vormen van bekabeling zijn voorzien van een mantel van kunststof. De vele vormen van deze kunststof hebben allemaal een ander gedrag bij brand of veroorzaken schadelijke of zelfs giftige stoffen. Vanaf begin december 2015 is de nieuwe norm NEN 8012 beschikbaar, als opvolger van de NTA 8012, waarin wordt beschreven welk type kabel moet worden toegepast afhankelijk van het brandrisico in een gebruiksfunctie benoemd in het Bouwbesluit. Helaas sluit die norm niet aan op het Bouwbesluit.

CE-markering

Veel producten die in de handel worden gebracht moeten voldoen aan Europese Richtlijnen die op dat product van toepassing zijn. Door het aanbrengen van een CE-markering op het product wordt door de fabrikant aangetoond dat het product voldoet. In Nederland is die verplichting voor met name elektrotechnische componenten aangegeven op de website van RvO. Een CE-markering geeft aan dat de fabrikant een productdossier heeft opgesteld waarin onder andere is vastgelegd voor welke toepassing het product is gemaakt. Het is dus geen keurmerk zoals bijvoorbeeld een KEMA- of VDE-keur.

CPR

De Construction Products Regulation (CPR) is de Europese verordening voor bouwproducten en op 1 juli 2013 ingegaan. De CPR is bedoeld om, over bouwproducten met betrekking tot hun prestaties, betrouwbare en eenduidige informatie beschikbaar te stellen. De CPR draagt daarmee bij aan de eisen die op het gebied van gezondheid en veiligheid op deze producten van toepassing zijn. Voor bouwproducten geldt de verplichting om bij de CE-markering een zogenoemde prestatieverklaring op te stellen. Onder deze CPR vallen, met betrekking tot hun gedrag bij brand, ook kabels. De geharmoniseerde Europese norm NEN-EN 50575 specificeert eisen betreffende het brandgedrag van kabels die gebruikt worden in bouwwerken. Kabels worden op basis van hun gedrag bij brand onderverdeeld in twee categorieën: Kabels met verbeterd gedrag bij brand (reaction to fire) en kabels met functiebehoud (resistance to fire).

NEN 8012

In Nederland is de toepassing van de brandclassificatie, zoals in de Europese norm NEN-EN 50575 met betrekking tot verbeterd gedrag bij brand aangegeven, uitgewerkt in het Bouwbesluit, artikel 2.69a en tabel 2.69a. De Nederlandse norm NEN 8012 komt helaas niet meer overeen met de actuele eisen gesteld in het Bouwbesluit. De titel van de norm luidt “Beperking van schade als gevolg van brand van en via de elektrische leidingen”. De norm vervangt de NTA 8012, die als voorloper van de nieuwe norm is vervallen, en heeft betrekking op het toepassen van een bepaalde brandclassificatie van kabels en leidingen. De norm NEN-EN 50575 mag vanaf de verschijningsdatum worden toegepast en moet naar verwachting per 1 december 2016 verplicht worden toegepast. De eisen uit het Bouwbesluit zijn behalve op elektrische leidingen voor energietransport en signaaloverdracht ook van toepassing op glasvezelleidingen voor dataverkeer. De norm NEN 1010:2015 verwijst inmiddels niet meer naar de norm NEN 8012. Het Bouwbesluit is leidend als het gaat om de toe te passen brandklasse. Functiebehoud van kabels wordt vooralsnog beschreven in de NPR 2576.

Methodiek

In het Bouwbesluit, tabel 2.69a, zijn voor alle kabels alleen de brandklassen B2 (lage brandbijdrage), C (beperkte brandbijdrage), D (gemiddelde brandbijdrage) en E (hoge brandbijdrage) relevant met betrekking tot verbeterd gedrag bij brand (reaction to fire). Met betrekking tot rookontwikkeling worden de klassen s1 (gering), s2 (gemiddeld) en s3 (sterk) gehanteerd. Ook voor de beide overige verschijnselen is een classificatie, respectievelijk d0, d1 en d2 en a1, a2 en a3, opgenomen in de tabel.

Aanduiding

Behalve de vermelding van de CE-markering op de kabelmantel wordt voortaan ook het leidingtype vermeld. In het leidingtype wordt de brandklasse van de leiding opgenomen. De bekende benaming YMvKmb zal bijvoorbeeld wijzigen naar YMvK Dca, waarbij “Dca” staat voor de brandklasse. Zo kan een aanduiding op de kabel zijn weergegeven als YMvK Dca-s3,d2,a3 voor een kabel binnen een gebruiksfunctie met een middelgroot brandrisico. De bepaling van het brandrisico zelf is weer gekoppeld aan diverse benoemde factoren.

Het correct toepassen van de juiste kabel in de juiste omgeving is overigens een gedeelde verantwoordelijkheid voor fabrikant, adviseur, installateur en opdrachtgever. Daarmee is het opstellen van een degelijk bestek voor het ontwerp van een elektrische installatie opnieuw weer belangrijker geworden. Uw onafhankelijk adviseur elektrotechniek helpt u graag verder met de bepaling van het juiste type bekabeling bij een vastgesteld brandrisico.

Adviseur elektrotechniek bij Wesselektro advies in Houten. Gespecialiseerd in ontwerp, advies en technisch beheer van elektrische installaties in gebouwen en de volledige technische inrichting van server- of computerruimten. Hij stelt uw PvE op, schrijft uw Functioneel Bestek, beoordeelt uw installatie of verzorgt projecttoezicht.