certificaten
Certificaten, een garantie voor kwaliteit?
cpr nen 8012 bekabeling
CPR-brandclassificatie bekabeling toepassen via NEN 8012

Aardlekschakelaars in de vernieuwde NEN 1010:2015

In vrijwel alle elektrische installaties, aangelegd na 1975, zouden aardlekschakelaars aanwezig moeten zijn. De diverse edities van de NEN 1010, veruit de belangrijkste norm op het gebied van elektrische installaties, beschrijven echter diverse situaties en omstandigheden waarbij aardlekschakelaars zijn voorgeschreven. De vraag of een aardlekschakelaar verplicht is wordt vaak gesteld en is daarom niet zomaar te beantwoorden. Het jaar van aanleg van het betreffende deel van de elektrische installatie en de lokale situatie of omstandigheden zijn daarbij dus van groot belang.

NEN 1010:2015

Per 1 januari 2017 is de editie NEN 1010:2015 van kracht verklaard. Dat is gebeurd door een aanwijzing via het Bouwbesluit en daarmee is de norm voor elektrische installaties, ontworpen vanaf dat moment, een wettelijke minimum eis. Installaties, ontworpen en aangelegd vóór dat moment van aanwijzing mogen dus nog aan eerdere edities van de NEN 1010 voldoen. Overigens is nooit de integrale norm van toepassing verklaard. In de Regeling Bouwbesluit 2012, artikel 5.1a, is aangegeven welke bepalingen uit de norm wettelijk zijn aangewezen. Alle overige bepalingen zijn daarmee alleen van kracht als in een overeenkomst de gehele norm van toepassing is verklaard. Voor een technisch en maatschappelijk veilige installatie is het in een privaatrechtelijke overeenkomst daarom altijd beter de gehele norm NEN 1010 van kracht te verklaren.

Aardlekschakelaars

Zoals gezegd, over aardlekschakelaars is veel geschreven en bestaan even zovele misverstanden. Eén ding is zeker, mits goed toegepast is het een uitstekende beveiliging tegen ongevallen en letsel. Maar, wat staat er nu eigenlijk over in de NEN 1010:2015.

Basis beveiliging

In de NEN 1010 is bepaald dat een elektrische installatie in eerste instantie moet zijn beveiligd door fundamentele isolatie van actieve delen of afscherming daarvan (basisbescherming) en in tweede instantie door beschermende vereffening en automatische uitschakeling van de voeding (foutbescherming). Als aan beide eisen 100% kan worden voldaan én kan worden uitgesloten dat er fouten kunnen optreden in de genomen maatregelen zou een veilige installatie moeten zijn aangelegd. Maar, de invulling van beide eisen is niet altijd even goed mogelijk vanwege lokale omstandigheden of situaties, laat staan dat blijvend kan worden gegarandeerd dat er geen fouten (lees storingen) kunnen optreden. Daarom voorziet de norm in aanvullende beschermingsmaatregelen, waarvan de aardlekbeveiliging er één is.

Aanvullende beveiliging

Indien 100% onvoorwaardelijk voldoen aan de eisen voor basis- en foutbescherming niet mogelijk of niet te garanderen is, en dat is meestal de feitelijke situatie, schrijft de norm aanvullende bescherming voor. Aanvullend betekent in dit geval dat bovenop de gestelde eisen voor basis- en foutbescherming aanvullende bescherming moet worden toegepast. Hoofdstuk 4 van de norm bepaalt dat in installaties voor wisselspanning aanvullende bescherming tot stand moet worden gebracht door toepassing van een aardlekbeveiliging 30mA indien een defect aan de voorziening voor basisbescherming kan ontstaan, een defect aan de voorziening voor foutbescherming kan ontstaan, of een gebruiker zorgeloosheid aan de dag legt.

Stroomstelsels

Eerst nog iets over stroomstelsels. Er zijn meerdere stroomstelsels mogelijk waarvan in de praktijk twee stelsels veel voor komen, te weten een TT-stelsel en een TN-stelsel. In een TT-stelsel wordt geen zogenoemde geaarde nulgeleider door de netbeheerder geleverd en is de installatie voorzien van een zelfstandige aarding. Die situatie geldt bijvoorbeeld voor vrijwel alle woningen. In een TN-stelsel wordt wel een geaarde nulgeleider geleverd en heeft de installatie bovendien een eigen, als ondersteuning bedoelde, aardingsvoorziening.

Toepassing aardlekschakelaar

De norm NEN 1010:2015 stelt in artikel 411.3.3 dat in AC-stelsels aanvullende bescherming tot stand moet worden gebracht door een toestel voor aardlekbeveiliging. Dat geldt voor contactdozen met een toegekende stroom van ten hoogste 20A voor algemeen gebruik door leken (1), of voor verplaatsbaar materieel met een toegekende stroom van ten hoogste 32A voor gebruik buiten (2) en voor aansluitpunten voor verlichting in ruimten met een woonfunctie, een celfunctie, een logiesfunctie en in woonschepen (3). De laatste eis (3) geldt dan weer niet voor aansluitpunten voor verlichting in wat men noemt “gemeenschappelijke verkeersruimten”. Met “algemeen gebruik” wordt bedoeld dat de contactdozen vrij gebruikt kunnen worden voor algemene en wisselende toepassingen en dus niet zijn bestemd voor een specifiek opgesteld apparaat. Voor een contactdoos, herkenbaar bestemd, voor specifiek gebruik zou dus een uitzondering mogen worden gemaakt. Een tweede uitzondering geldt situaties waarin het gebruik van contactdozen onder toezicht van vakbekwame of voldoende onderrichte personen staat, bijvoorbeeld in niet voor bewoning bestemde gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven met een eigen technische dienst. Voor bepaalde bedrijfsruimten gelden aanvullende voorschriften.
De norm NEN 1010:2015 stelt in artikel 411.5.2 dat in TT-stelsels in het algemeen aardlekschakelaars moeten worden toegepast als foutbescherming, basis eis 2 dus. Daarbij gaat de norm er van uit dat de zelfstandige aarding van een woning meestal niet wordt gecontroleerd of getest. Daarom worden aardlekschakelaars in principe in alle woningen standaard toegepast voor foutbescherming in eindgroepen met meerdere aansluitpunten.

Aantal groepen

Op een aardlekschakelaar 30mA mogen maximaal vier eindgroepen zijn aangesloten. Met de introductie van de norm NEN 1010:2015 en de aanvulling C1:2016 wordt het aansluiten van 1-fase eindgroepen op een vierpolige (3-fase) aardlekschakelaar 30mA afgeraden. Achtergrond van dit advies is dat de lekstromen van de verschillende 1-fase eindgroepen elkaar, net als de hoofdstromen in de 3-fase aansluiting, kunnen beïnvloeden waardoor geen goede werking van de 4-polige aardlekschakelaar kan worden gegarandeerd. Installaties met twee of meer eindgroepen mogen niet door één aardlekschakelaar 30 mA in hun geheel worden uitgeschakeld.

Behalve de informatie in dit bericht zijn er meer omstandigheden waarmee rekening moet worden gehouden in bepaalde situaties en bestaan er diverse uitvoeringen van aardlekschakelaars. Vraag daarom altijd om advies bij het toepassen van aardlekschakelaars. Uw onafhankelijk elektrotechnisch adviseur helpt u graag bij de toepassing.

Adviseur elektrotechniek bij Wesselektro advies in Houten. Gespecialiseerd in ontwerp, advies en technisch beheer van elektrische installaties in gebouwen en de volledige technische inrichting van server- of computerruimten. Hij stelt uw PvE op, schrijft uw Functioneel Bestek, beoordeelt uw installatie of verzorgt projecttoezicht.