pv-installatie
PV-installatie aansluiten volgens NEN 1010:2015
Kleefmagneet
Kleefmagneten houden deuren veilig open of dicht

Noodstroomaggregaat correct aansluiten op elektrische installatie

In elektrische installaties voor kritische toepassingen zoals ziekenhuizen, bijeenkomstgebouwen en datacenters wordt een noodstroomaggregaat gebruikt als back-up voor de reguliere netspanning. Zodra als gevolg van een storing in de energie voorziening de netspanning wegvalt zal via het opgestelde noodstroomaggregaat als nog energie beschikbaar zijn voor preferente voorzieningen. Maar, dan moet het noodstroomaggregaat wel veilig en correct zijn aangesloten.

Voorschriften

Een noodstroomaggregaat (NSA) maakt deel uit van de elektrische installatie en valt daarom onder de voorschriften uit de NEN 1010. Behalve de NEN 1010 zegt ook de netcode van de netbeheerders iets over de aansluiting van een NSA. Als het gaat over de aarding van het sterpunt van een NSA of een NSA die meer dan kortstondig parallel aan het openbare net kan draaien gelden specifieke voorschriften.

Stroomstelsels

Om de aansluiting van een noodstroomaggregaat goed te kunnen begrijpen is eerst wat meer kennis nodig van de stroomstelsels die worden toegepast. In Nederland zijn de meest gebruikte stroomstelsels het TT- en het TN-stelsel. Het belangrijkste verschil tussen beide stelsels is de manier waarop de aarding in het stelsel is aangelegd. In een TT-stelsel is het sterpunt van de voedingsbron (de netaansluiting) aangesloten op aarde en is de elektrische installatie van de verbruiker niet aangesloten op de aarding vanuit de netvoeding. De verbruiker zorgt zelf voor een zelfstandige aardaansluiting. Met andere woorden de netbeheerder levert in dat geval een 4-polige aansluiting die bestaat uit de 3 fasen en een nulleiding, maar dus geen aardleiding.
In een TN-stelsel is de elektrische installatie van de verbruiker aangesloten op dezelfde aardleiding als waarop het sterpunt van de voedingsbron is aangesloten. Met andere woorden de netbeheerder levert een aansluiting die bestaat uit de 3 fasen en meestal een gecombineerde nul- en aardleiding (TN-C met PEN-leiding) en garandeert dat die aardleiding nagenoeg aardpotentiaal behoudt. In de hoofdverdeelinrichting wordt dan een uitsplitsing gemaakt tussen de PEN-rail en een afzonderlijke aardrail (PE) waarop de beschermingsleidingen van verbruikers worden aangesloten. Een zelfstandige aardaansluiting in de elektrische installatie van de verbruiker zou dan in principe niet nodig zijn. In de praktijk wordt echter toch de aardrail (PE) van de hoofdverdeelinrichting gekoppeld aan de hoofdaardrail van de elektrische installatie waarop tevens de gebouwaarding wordt aangesloten, meestal bestaande uit de funderingswapening. Deze aarding wordt dan als ondersteunende aarding toegepast.

Sterpuntverbinding

Sinds 2015 wordt een aansluiting met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A in vrijwel alle gevallen door de netbeheerders uitgevoerd als TNC-stelsel (netcode art. 2.2.1.3a). Bovendien schrijft de netcode van de netbeheerders ook voor dat het sterpunt van een noodstroomaggregaat moet zijn geaard. Dat betekent dus dat de nulleiding van een NSA moet zijn verbonden met aarde. Dat is van belang om te voorkomen dat voeding via een NSA leidt tot een zogenoemd zwevend net, ofwel een stroomstelsel dat niet is verbonden met aarde.

Noodstroomaggregaat (NSA)

Een netaansluiting boven de 3x80A wordt door de netbeheerder in TNC aangeboden. In een hoofdverdeelinrichting, waarop de netvoeding wordt aangesloten dient dan een PEN-rail te worden aangebracht. Op deze PEN-rail worden tevens de gebouwaarding en de aardrail (PE) in de hoofdverdeelinrichting aangesloten. Na de PEN-rail worden de nul- en PE-rail gescheiden, zodat een TNS-stelsel ontstaat. De netschakelaar in de hoofdverdeelinrichting kan dan 4-polig zijn uitgevoerd, zodat kan worden voldaan aan NEN 1010. De aansluiting van het noodstroomaggregaat dient ook in 3-fase PEN plaats te vinden op het PEN-deel van de hoofdverdeelinrichting. De generatorschakelaar kan dan eveneens 4-polig worden uitgevoerd. Omdat de nul in het PEN-deel van de hoofdverdeelinrichting niet wordt geschakeld, behoudt die dus nul-potentiaal. Omdat de bouwer van een NSA het sterpunt van de generator, dat is de nul, verbindt met de behuizing van de machine is de behuizing daardoor tevens voorzien van aarding. Er hoeft dan geen aparte aardleiding (PE) te worden aangebracht tussen het NSA en de hoofdverdeelinrichting. Daarmee wordt tevens voorkomen dat de stroom door de nulleiding (PEN) zal worden verdeeld over de nul- en aardleiding vanaf het NSA.
Anders is het wanneer een hoofdverdeelinrichting en NSA in TNS worden aangesloten. In dat geval zal de netschakelaar en de NSA-schakelaar 4-polig zijn uitgevoerd. Daarmee is de nul niet gegarandeerd en moet het NSA wel met een PE-leiding worden aangesloten.

PE-leiding NSA in TNS

Een belangrijk aandachtspunt is dus dat in een TNC-stelsel de aansluiting van het NSA in TNC moet worden uitgevoerd. Daarmee wordt bereikt dat de nulleiding te allen tijde nul-potentiaal behoudt. Dat is dus anders als slechts een deel van de installatie wordt gevoed door een noodstroomaggregaat (TNS-stelsel). Het NSA moet dan wel zijn voorzien van een PE-leiding.

Uw onafhankelijk adviseur elektrotechniek helpt u graag met de juiste aansluiting van uw noodstroomaggregaat in uw elektrische installatie.

Adviseur elektrotechniek bij Wesselektro advies in Houten. Gespecialiseerd in ontwerp, advies en technisch beheer van elektrische installaties in gebouwen en de volledige technische inrichting van server- of computerruimten. Hij stelt uw PvE op, schrijft uw Functioneel Bestek, beoordeelt uw installatie of houdt projecttoezicht.