Halverwege 2026 zijn vanuit de Europese richtlijn “Energy Performance of Buildings Directive” (EPBD) IV nieuwe voorschriften toegevoegd aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). De EPBD IV-richtlijn werd in 2024 vastgesteld en trad in werking op 29 mei 2026. De richtlijn behandelt onder meer onderwerpen zoals laadinfrastructuur, parkeerplekken voor E-fietsen en een verbeterd energielabel van woon- en utiliteitsgebouwen. De richtlijn gaat niet over voorzieningen voor individuele woningen. In dit artikel gaat het over laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, waaronder ook elektrische fietsen, in of nabij utiliteitsgebouwen.
Welke gebouwen
De eisen gelden voor bestaande bouw en nieuwbouw met parkeerplaatsen op eigen terrein. Maar ook bij een ingrijpende renovatie, dat wil zeggen meer dan 25% van de oppervlakte van de gebouwschil, zijn de eisen van toepassing. De verplichting vervalt als de kosten voor laadinfrastructuur hoger zouden zijn dan de kosten van de ingrijpende renovatie. Bestaande laadinfrastructuur moet dus mogelijk worden aangepast of er dient nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Het gaat daarbij over parkeerplaatsen bij onder meer kantoren, winkels en wooncomplexen, bestaande uit laadpunten voor elektrische auto´s, maar ook voor elektrische fietsen. De Nederlandse versie van EPBD IV-richtlijn staat op de website van de Europese Unie. De EPBD-eisen zijn minimum eisen. De behoefte aan laadpunten zal in de toekomst alleen maar toenemen. Bij een ontwerp van een nieuwe installatie zou daarmee rekening gehouden moeten worden.
Welke eisen
De EPBD IV stelt aanvullende en nieuwe eisen aan met name utiliteitsgebouwen zoals kantoren, bedrijfspanden, winkels en scholen. Deze gebouwen moeten uiterlijk in 2030 of 2033 zijn verbeterd. In de voorgaande versie van de richtlijn (versie III), en dus ook vanuit het Bbl, waren reeds eisen gesteld aan laadpunten. Ook de nieuwe eisen staan inmiddels in het Bbl en gelden dus vanaf medio 2026.
Laadpunten motorvoertuigen
Zo heeft een bestaand gebouw met een parkeergelegenheid bestaande uit meer dan 20 parkeervakken in het gebouw, of buiten het gebouw op hetzelfde terrein, nu ten minste één slim laadpunt. Een slim laadpunt is voorzien van Dynamic Load Balancing (zie ook de NTA 8043). Op de verplichting van een laadpunt zijn enkele uitzonderingen, genoemd in het Bbl. Ook zodra een renovatie wordt uitgevoerd van meer dan 25% van de oppervlakte van de gebouwschil stelt het Bbl eisen aan het aantal laadpunten.
Voor nieuwbouw stelt de EPBD IV aangescherpte eisen afhankelijk van de gebruiksfuncties van het gebouw. Die eisen zijn vertaald in het aangepaste Bbl door hogere eisen te stellen aan het aantal laadpunten in verhouding tot het aantal parkeerplaatsen. Behalve voor aan te brengen laadpunten geldt dat, overeenkomstig het Bbl, ook voor aan te brengen ledige voorzieningen. Daarin kan in een later stadium alsnog bekabeling worden aangebracht. Hoewel het Bbl in bepaalde gevallen “voorbekabeling” eist verdient het aanbeveling alleen goed gedimensioneerde ledige voorzieningen met een degelijk trektouw aan te leggen. Daardoor kan toekomstige bekabeling beter worden afgestemd op de snelle technische ontwikkeling van laadpunten. Laadpunten voldoen overigens aan mode 3 (AC-laden) of mode 4 (DC-laden) laadtechniek. In bepaalde situaties moeten laadpunten centraal kunnen worden uitgeschakeld. Op de website RVO.nl staat een overzicht van de benodigde voorzieningen.
Laadpunten E-fietsen
De richtlijn EPBD IV stelt nieuwe regels aan stallingen voor fietsen bij gebouwen. De eisen zijn vanaf halverwege 2026 onderdeel van het Bbl. Dit kan gevolgen hebben voor een gebouw met een parkeergarage of -terrein. Er zijn verschillende regels voor woningen en utilitaire gebouwen. De eisen zijn behalve bij nieuwbouw ook bij een ingrijpende renovatie van een bestaand gebouw van kracht. Behalve voor laadpunten geldt dit ook voor ledige leidingen voor kabels en zogenoemde voorbekabeling. Hierdoor wordt het aanbrengen van laadpunten voor onder andere elektrische fietsen in een later stadium mogelijk. Laadpunten voor E-fietsen moeten bestaan uit specifiek benoemde gewone wandcontactdozen in de fietsenstalling of elders in het gebouw. De nieuwe EPBD-eisen voor het kunnen opladen van E-fietsen gelden ook voor alle woongebouwen met meer dan 3 parkeerplaatsen. Voor het bepalen van het aantal fietslaadpunten geldt in de meeste gevallen circa 10% van de gemiddelde bezetting van het gebouw. Een gemeente kan daarbij aanvullende eisen stellen.
Laadpunten aansluiten
De aansluiting van laadpunten verdient extra aandacht. Met name een bestaande installatie is meestal niet toegerust op het extra vermogen wat laadpunten afnemen. Dat komt mede door het continu vermogen dat een laadpunt afneemt. Simpel een “groepje erbij” en dan ook nog in een onderverdeler is meestal geen veilige optie. Een bestaande (hoofd)verdeelinrichting is gebaseerd op het te verwachten vermogen in de ontwerp- of realisatiefase van het gebouw. Met name de capaciteit van het railsysteem, de warmtelast binnen de verdeler en de fasebelasting zijn bepalend voor de aansluiting van één of meer laadpunten. Daarnaast speelt de netaansluiting van het gebouw een grote rol. Het verzwaren van een aansluiting is een dure optie, waarbij vanwege de huidige netcongestie een verzwaring veelal wordt afgewezen. Ook zonder verzwaring van de netaansluiting zijn diverse mogelijkheden beschikbaar, zoals slim laden via Dynamic Load Balancing (DLB). Ook toepassing van een Energy Management System (EMS) is een optie. Lokale opwekking en batterijopslag zijn andere mogelijkheden.
Laadpunten uitschakelen
Laadpunten voor motorvoertuigen in inpandige opstelling (overige gebruiksfuncties) moeten, overeenkomstig het Bbl artikel 4.230a, centraal kunnen worden uitgeschakeld. Dat uitschakelen kan door middel van de brandmeldcentrale in het gebouw of, bij het ontbreken daarvan, via een daartoe herkenbare uitschakelknop bij de entree voor hulpdiensten. In het geval uitschakeling plaatsvindt via een brandmeldcentrale is een signalering “Laadvoorzieningen EV uitgeschakeld” bij de entree voor hulpdiensten noodzakelijk.
Uw onafhankelijk adviseur elektrotechniek helpt u graag op weg met een ontwerp voor laadpunten in of bij uw gebouw. Bij een goed ontwerp, in met name een bestaande omgeving, is een beoordeling van de hoofdverdeelinrichting een essentieel onderdeel.

