Of het nu om woningen of utiliteitsgebouwen gaat, een verzekering sluiten we af om schade te dekken. Maar, risico beheersing is nog altijd de beste remedie tegen schade of onverwachte kosten. Een belangrijke risicofactor is de elektrische installatie, een basis installatie in elk gebouw. Energieverdeling, zonnepanelen, (thuis)accu’s, elektrische voertuigen, elektrisch koken, warmtepompen zijn allemaal onderdelen van die installatie. En in utiliteitsgebouwen komen daar nog de veiligheidsinstallaties zoals brandmelding en noodverlichting bij. Dan moet een elektrische installatie betrouwbaar zijn en zonder risico´s ten aanzien van schade, letsel of brand kunnen worden gebruikt. Verzekeraars weten dat ook en stellen daarom vaak eisen aan veiligheid in de vorm van een inspectie van de elektrische installatie.
Regelgeving
Een nieuw aan te leggen elektrische installatie moet voldoen aan vele voorschriften en normen. Zo zijn in algemene zin de Systeemcode Elektriciteit, de Omgevingswet en het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) publieke voorschriften waaraan moet worden voldaan. Meer in het bijzonder gelden onder andere de normen NEN 1010 (elektrotechniek), NEN 2535/2575 (brandmelding en ontruiming) en NEN 1838 (noodverlichting) voor elektrische installaties. Zelfs de ARBO-wet speelt een rol in met name utiliteitsgebouwen. Maar, hoe houd je een elektrische installatie voldoende veilig?
Risico´s elektrische installatie
Een elektrische installatie is dagelijks in gebruik en moet alleen daarom al betrouwbaar en vooral veilig zijn. Ondeskundige aanleg, onnodige of te lange verlengsnoeren, overbelasting en slecht onderhouden verdeelinrichtingen verhogen het risico op storingen, letsel of brand. Met name de verdeelinrichting ofwel “groepenkast” is, als hart van de elektrische installatie, een essentieel onderdeel. Het vaak toegepaste principe “even een groepje erbij” leidt meestal niet tot verbetering van de kwaliteit en veiligheid. Verkeerd gekozen componenten, slechte verbindingen of overbelasting liggen op de loer met alle gevolgen van dien.
Inspectie bij oplevering
Bij oplevering van een elektrische installatie zou een zogenoemde eerste bijzondere inspectie (EBI) plaats moeten vinden. Maar hoofdstuk 6 uit NEN 1010, dat de inspectie beschrijft, is niet publiekelijk aangewezen in het Bbl, ofwel geen wettelijke verplichting. Bij in gebruik name van de installatie zouden veiligheid en betrouwbaarheid moeten zijn gewaarborgd. Maar gedurende het gebruik maken interne verhuizingen, uitbreidingen, veranderde inzichten, ad hoc onderhoud en vervangen onderdelen na verloop van tijd duidelijk dat gestructureerd onderhoud en technisch beheer noodzakelijk was.
Voorschriften onderhoud
De eigenaar van een gebouw, met daarin de elektrische installatie, draagt de verantwoordelijkheid voor ten minste de veiligheid in het gebouw. Dat geldt voor woningen maar zeker ook voor utiliteitsgebouwen. De ARBO-wet schrijft immers voor dat een werknemers omgeving veilig moet kunnen worden gebruikt. Maar ja, hoe regel je dat dan. Behalve de in de norm NEN 1010 genoemde revisie documentatie, inspecties en de ARBO-wet zijn er nauwelijks of geen voorschriften of normen voor elektrotechnisch onderhoud. Zelfs de vaak gehanteerde norm NEN 3140 is niet wettelijk aangewezen en behandelt alleen maar hoe onderhoud aan een elektrische installatie veilig uitgevoerd kan worden. Maar over het onderhoud zelf, behalve periodieke inspecties, staat in die norm geen informatie. Anders ligt dat voor veiligheidsinstallaties als brandmelding en noodverlichting. Het onderhoud van die installaties is wel beschreven in normen of publicaties, maar ook die zijn niet wettelijk aangewezen. Wettelijk is slechts bepaald dat het onderhoud ten minste moet voldoen aan het in die normen beschreven niveau van onderhoud.
Inspectie documenten
Hoewel er dus nauwelijks inhoudelijke voorschriften voor uit te voeren onderhoud aan installaties bestaan blijft onderhoud essentieel. Fabrieksvoorschriften voor onderhoud van installatie onderdelen geven weliswaar enig houvast voor noodzakelijk onderhoud, maar dat betreft nog steeds niet de installatie als geheel. Door het CCV is een regeling voor onderhoud, inspectie en certificering van brandmelding en ontruiming vastgelegd omdat het Bbl in veel gevallen een inspectie en certificering voorschrijft. Ook voor noodverlichting is in het Bbl een jaarlijkse inspectie voorgeschreven, maar de manier waarop ligt slechts vast in een niet wettelijk aangewezen norm of ISSO-publicatie. Hoewel dus niet wettelijk verplicht zijn voor de elektrische installatie, bij oplevering (EBI uit NEN 1010) en voor periodieke inspecties (PI uit NEN 3140), inspectie eisen vastgelegd. Die eisen zijn vastgelegd door stichting SCIOS in verschillende scopes met bijbehorende technische documenten. Die organisatie leidt ook gecertificeerde inspecteurs op. Daarmee wordt enige eenduidigheid in inspecties redelijk gewaarborgd. Natuurlijk geven die inspecties slechts het resultaat van een moment opname met soms aanbevelingen voor herstel. Maar die aanbevelingen vormen nog steeds geen structureel onderhoud.
Eisen verzekeraar
Voor de opstalverzekering van een woning of utiliteitsgebouw stellen verzekeraars voorwaarden op. Die zijn over het algemeen niet eenvoudig te lezen, laat staan goed te overzien. Ten aanzien van de elektrische installatie neemt een verzekeraar meestal voorwaarden op over een periodiek uit te voeren zogenoemde “NEN 3140 inspectie”. Maar over welk type inspectie, scope 8, 10 of 12 of over inhoudelijk onderhoud zegt de verzekeraar meestal niets. Een verzekeraar zou eigenlijk de eis moeten stellen een installatie verantwoordelijke (IV-er) aan te stellen die de verantwoordelijkheid heeft de elektrische installatie te laten onderhouden en inspecteren.
Onderhoudscontract
De enige manier om tot een effectief structureel onderhoud van installaties te komen is het aangaan van een onderhoudscontract. Maar dan wel een onderhoudscontract dat gebaseerd is op reëel en essentieel onderhoud met een frequentie die voldoende veiligheid en betrouwbaarheid waarborgt. In een dergelijke overeenkomst kan een keuze worden gemaakt voor beschreven onderhoud of het vastleggen van prestatie indicatoren. Gestructureerd onderhoud maakt beheer overzichtelijker en beschrijft de uit te voeren keuringen en inspecties. Daarmee worden veel storingen voorkomen, wordt de installatie betrouwbaarder en leiden inspecties tot minder geconstateerde mankementen.
Uw onafhankelijk adviseur elektrotechniek adviseert u graag over reëel en essentieel onderhoud van uw elektrische installatie met een aanvaardbare frequentie.

